Wetboek-online maakt gebruik van cookies. sluiten
bladeren
zoeken

Jurisprudentie

AP4609

Datum uitspraak2004-06-03
Datum gepubliceerd2004-06-30
RechtsgebiedStraf
Soort ProcedureRaadkamer
Instantie naamGerechtshof 's-Hertogenbosch
Zaaknummers11995/APP
Statusgepubliceerd


Indicatie

Overschrijding redelijke termijn behandeling hoger beroep tegen bevel gevangenhouding. Openbaar ministerie niet ontvankelijk.


Uitspraak

GERECHTSHOF TE 'S-HERTOGENBOSCH ===================== | VOORLOPIGE HECHTENIS ===================== Parketnummer 1e aanleg : [verdachte] 01/025213/04 Raadkamernummer : 11995/APP Volgnummer: 01 Het gerechtshof te 's-Hertogenbosch, gezien de akte van de griffier van de rechtbank te 's-Hertogenbosch d.d. 29 april 2004, waarbij namens [verdachte], geboren te [geboorteplaats], op [geboortedatum] 1981, thans zonder bekende woon- of verblijfplaats hier te lande thans preventief gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting "De Leuvensepoort" te 's-Hertogenbosch, hoger beroep is ingesteld tegen de beschikkingen van de rechtbank te 's-Hertogenbosch d.d. 28 april 2004, bij welke beschikkingen de gevangenhouding van [verdachte] voornoemd werd bevolen en het verzoek tot opheffing van de voorlopige hechtenis werd afgewezen. gezien de beschikkingen waarvan beroep; gehoord de advocaat-generaal en verdachte, bijgestaan door zijn raadsvrouwe; Uit het onderzoek ter zitting is het navolgende gebleken: 1. Bij beschikkingen van 28 april 2004 van de rechtbank te 's-Hertogenbosch is de gevangenhouding van verdachte bevolen voor een periode van 30 dagen en is een ter zitting gedaan verzoek tot opheffing van de voorlopige hechtenis afgewezen. 2. Op 29 april 2004 is door de raadsman van verdachte namens verdachte tegen beide beschikkingen hoger beroep ingesteld. 3. Door de behandelend Officier van Justitie is aan een medewerker van het parket te 's-Hertogenbosch opdracht gegeven de stukken niet onmiddellijk te verzenden naar het gerechtshof "omdat de officier eerst een vordering ex artikel 67b van het Wetboek van Strafvordering behandeld wilde zien door de rechtbank voordat het hoger beroep doorgeleid werd naar het hof". 4. Op 17 mei 2004 zijn door de rechtbank te 's-Hertogenbosch de vordering van de officier van justitie tot verlenging van de voorlopige hechtenis en de hiervoor bedoelde vordering ex artikel 67b van het Wetboek van Strafvordering behandeld. 5. Op 21 mei 2004 zijn de stukken met betrekking tot de ingestelde appellen binnengekomen bij de griffie van het gerechtshof te 's-Hertogenbosch. Met betrekking tot het bovenstaande oordeelt het hof als volgt: Niet gezegd kan worden dat de behandeling van het hoger beroep zo spoedig mogelijk heeft plaatsgevonden. Aldus is er sprake van schending van artikel 71, vierde lid van het Wetboek van Strafvordering en artikel 5, vierde lid EVRM. Het hof is voorts van oordeel dat in de onderhavige zaak bij een afweging van het belang van strafvordering, dat verdachte in voorarrest blijft en het belang van verdachte bij een tijdige behandeling van zijn hoger beroep, het eerste belang in beginsel zou dienen te prevaleren. Echter nu er naar het oordeel van het hof door het handelen van de officier van justitie zoals hiervoor omschreven mede sprake is van niet-verschoonbare veronachtzaming van de belangen van verdachte (waardoor tevens sprake is van schending van het in artikel 6 EVRM besloten recht op een eerlijke behandeling) dient de hiervoor bedoelde belangenafweging in de onderhavige zaak anders uit te vallen. Aldus dient naar het oordeel van het hof de officier van justitie alsnog niet ontvankelijk te worden verklaard in diens vordering tot gevangenhouding. Gelet op de artikelen 65 - eerste lid, 66, 67a, 71 - eerste lid, 78 van het Wetboek van Strafvordering. BESCHIKKENDE IN HOGER BEROEP: Verklaart de officier van justitie alsnog niet-ontvankelijk in diens vordering tot gevangenhouding; Heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van verdachte; Beveelt de onmiddellijke invrijheidstelling van verdachte; Aldus gedaan op 3 juni 2004 door Mr. Van Nierop, als voorzitter, Mrs. Lo-Sin-Sjoe en De Bruijne, als raadsheren in tegenwoordigheid van Mr. Brouns, als griffier. _______________________________ _______________________________ _______________________________ _______________________________ De advocaat-generaal bij dit Gerechtshof brengt vorenstaande beschikking ten kennis van verdachte. 's-Hertogenbosch, 3 juni 2004 Gezien d.d. De directeur van Pen. Inr. te 's-Hertogenbosch.